Ik ben 50. Heb geleerd om hard te werken, goed mijn best te doen, onafhankelijk te zijn en ambitie te hebben. Ben opgegroeid in een goed milieu, waarin alles werd gedaan om mij een goede start in het leven te geven. En dat betekende een veilig thuis, een goede opleiding, raad en daad bij keuzes omtrent werk en toekomst. 

In mijn werk wil ik impact maken. Mensen in beweging krijgen. De kansen te zien, want die zijn er volop. En om mijn impact te vergroten werk ik harder, gooi er meer energie in, meer uren, nog meer volharding. En ……. niks. Of in ieder geval, niet wat ik ervan verwacht.

Ik heb geleerd hoe fijn het is om te leren. Ben daar best goed in. Ik hou er van, want leren is gaaf. Jezelf ontwikkelen en dingen mogelijk maken die je eerst niet voor mogelijk hield. Ik leer het liefst autodidact. Niet in een klasje, geen traditionele trainingen. Ik lees, google, kijk filmpjes, praat met mensen, stel vragen, experimenteer en dat allemaal door elkaar en keer op keer. Zo kom je vanzelf een heel end verder. Ik ben heel goed geworden in mijn brein gebruiken. Volpompen met allerlei dingen die handig zijn om te weten. En het vervolgens toepassen op de uitdagingen die zich voordoen.

Ik hou ook van boeken. Meer voor het hebben dan voor het lezen. Ik denk dat het omgeven met boeken misschien iets van zekerheid geeft. Je omringen met kennis, just in case…. Maar ook die boeken, meer en meer, elke week weer, helpen niet om die impact te vergroten.

En zo ben ik serieus op zoek naar een manier om impact te maken. De sleutel heb ik al even geleden gevonden. Meer impact, betekent meer emotie. Maar man, dat is een moeilijke kant. Keer op keer hoor ik weer dat ik meer van mezelf moet laten zien. De emotie er in moet brengen, en niet zoveel de controle moet houden. Maar waar zit die emotie? Hoe geef ik die de ruimte? Hoe voel ik het?

Ik ging mediteren. Rust in mijn hoofd dacht ik, dus ruimte voor gevoel. Ik ging naar de haptonoom. En ja, ik voel de handen op mijn lijf, maar wat ik voel in mijn lijf, is a very different story. Ik heb geen idee. Ik weet niet wat ik voel en kan er ook geen woorden aan geven. Blind of doof, maar dan anders.

Ondertussen herken ik bij mezelf de schijnbewegingen. In het Engels praten of schrijven bij voorbeeld. Een mooie taal, met woorden die raak zijn. Maar wel afstandelijker. Zo lijkt het makkelijker om iets te zeggen, maar is het toch tegelijkertijd minder van mij. De taal geeft me afstand, een soort veiligheid.

Op de weg naar het realiseren van ambitie – die is niet te stoppen, dus linksom of rechtsom is de weg – hoor ik van anderen hoe we geleerd hebben om in ons hoofd te zitten. Mijn hoofd heb ik lekker opgepompt. Ja, ik ben een verdomd goede robot geworden. Ik doe mijn ding, weet hoe het moet en ben zelfs een slimme robot, want ik weet mezelf keer op keer een beetje te verbeteren. Maar meer zijn dan een robot. Hoe kom ik daar? 

De conclusie? Ik ben bewust onbekwaam. Een mens die niet zo goed is in het menszijn. Terwijl ik zoek naar de betekenis van de mens, zijn de antwoorden steeds duidelijker. En terwijl ik ouder word, ben ik verder weg dan ik had gehoopt. Ondanks alle inzet. Een mens is een mens door de unieke verbinding van buik, hoofd en hart. Van verbeelding, rede en intuïtie. Om zo vanuit mijn gevoel te verbinden met mijn omgeving. Niet van hoofd tot hoofd, zoals een computer, maar van mens tot mens.

En dat is het verhaal van nu. Hoe we als mens verdomd goede robots zijn geworden, maar niet goed genoeg om de race tegen te robot te winnen. In het oppompen van onze rationele kant, hebben we ons onderscheidend vermogen verloren. Behalve die enkeling, die zich verbaast over de hardheid in de wereld. Terwijl iedereen kan aanvoelen, dat dat ons niks brengt. Zelfs rationeel weet ik dat het waar is.

Dit verhaal maakt onderdeel uit van mijn speurtocht naar het nieuwe verhaal. Een verhaal van nu, met vertrouwen in morgen. Een verhaal wat verbindt en verbeeldt.