Een pleidooi voor menselijkheid

Een pleidooi voor menselijkheid

Prestatiedrang zet ons klem
Deze week in het nieuws: 1,3 miljoen werknemers met burn-outklachten. Dat is niet alleen heel vervelend voor de mensen die het betreft, het kost ook nog eens een flinke duit. Werkgevers kost het verzuim inmiddels 2,8 miljard euro, 300 miljoen meer dan het jaar ervoor, zo blijkt uit onderzoek van TNO. En bovendien leidt het tot een almaar stijgende vraag om psychische hulp. Met onze druk op prestatie zetten we onszelf klem. Als mens, als organisatie, als maatschappij.

Een ander beeld van de mens; we zijn geen prestatiemachine
De mens is geen prestatiemachine. Als we dat gaan inzien, dan kunnen we de druk die we onszelf en anderen opleggen verlichten. Want die druk is overal. Het begint al op de basisschool. Deze week sprak ik met Nico Baken, hoogleraar aan de TU in Eindhoven. Hij maakte een scherpe opmerking. Diversiteit en Inclusie zijn belangrijke thema’s, waar we als maatschappij veel aan (willen) doen. Maar hij zei dat discriminatie nog nooit zo erg is geweest als nu. We discrimineren nu op IQ, stelde hij. Hij heeft gelijk, dacht ik. 

Hoge scores voor de CITO toets betekenen goede kansen. Met een lage score zit je in het ‘rood’. De gevarenzone. Wat geven we onze kinderen mee als ze al vanaf het begin van de basisschool moeten proberen om uit het ‘rood’ te blijven? Rood is slecht, groen is goed. En wat doen we met al die talenten waar een Cito toets niet naar kijkt?

Dit is onze maatschappij van vandaag, waar we onze kinderen al leren om mee te doen in de prestatiemolen. En dat zet zich door naar studenten, werkende mensen, ouders. Een vicieuze cirkel van prestatiedruk die we pas kunnen doorbreken als we zien wat er aan de hand is.

Er is namelijk al een prestatiemachine
Het mooie is dat we met alle technologische vooruitgang prestatiemachines kunnen maken. Robots, die uitstekend in staat zijn om hoge prestaties te leveren. Robots die zichzelf ook blijven verbeteren. Met kunstmatige intelligentie is dat mogelijk. Sterker nog, het gebeurt al. Robot Ross is een juridische hulp die in staat is om in korte tijd juridische dossiers door te spitten op zoek naar relevante argumenten voor een bestaande zaak. Hij kan ook voorspellen hoe de zaak zal verlopen. Voor een jurist een enorm tijdrovend karwei. Voor Ross een fluitje van een cent. Een maandabonnement op de robot kost 69 dollar! Een ander voorbeeld is hoe kunstmatige intelligentie ingezet wordt om diagnoses te stellen. Sneller en accurater dan de radioloog. Dus de druk op prestatie, die moeten we niet bij onszelf leggen. We moeten geen robot willen zijn. 

Waarin onderscheiden we ons als mens van een robot?
De mens als middel is niet veel anders dan de mens als machine. Maar we zijn geen machine. We zijn een wonderlijk wezen, in de kern een sociaal wezen. Onze focus op ratio en het verstand is vier eeuwen geleden ingezet, en het heeft ons veel gebracht. Alle vooruitgang die ons leven aangenamer heeft gemaakt, is daaraan te danken. Maar ons verstand is niet ons enige ‘goed’. De keerzijde van het verstand hebben we verwaarloosd. De balans is zoek. We zijn Homo Sapiens. Dat betekent letterlijk ‘wijs mens’. Met de komst van kunstmatige intelligentie is dat op termijn geen onderscheidend vermogen meer. Het is tijd voor een verschuiving naar Homo Conexus, de mens die zich onderscheidt door het vermogen en de behoefte om te verbinden. Met zichzelf, met een ander en met een geheel.

En dus een pleidooi voor menselijk, omdat het nodig is. Omdat we met onze huidige blik op mensen – als prestatiemachine – onszelf tekort doen. Sterker nog, het maakt ons ziek. Mijn verhaal – Homo Conexus – wil ik dit jaar 100 keer vertellen. Heb jij een publiek waar dit verhaal gehoord moet of mag worden? Laat het me weten. Mijn boek ‘De mens van morgen’ geeft een verdere verdieping op het verhaal en geeft inzichten in wat kunstmatige intellegentie ons gaat brengen. Het boek komt op 26 november uit. Klik hier voor meer info.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er is niks mis met ongelukkig zijn

Er is niks mis met ongelukkig zijn

Steeds meer erger ik me aan de ‘Happiness’ hype. Er is een eindeloze stroom van boeken en filmpjes over hoe we ‘happy’ kunnen zijn (het voelt bijna als ‘moeten’ zijn). Wat in deze hele beweging over het hoofd wordt gezien, is dat geluk niks is zonder ongeluk. Altijd ‘happy’ zijn bestaat niet. En over dat ongeluk hebben we het niet. De sociale media dragen daaraan bij. We zien vooral alle ‘happy’ momenten, want je deelt niet zomaar je ellende. Terwijl die ellende best heel mooi kan zijn.

Een paar jaar geleden kreeg ik een notitieboekje van een oud-collega. Een ‘mooi’ boekje. En ze vertelde er bij ‘Ik hoop dat een mooi boekje zorgt voor een verzameling mooie ideeën, die je met veel plezier terug leest’. Dat boekje was zo mooi, dat ik er niet in durfde te schrijven. En zo heeft het anderhalf jaar ongebruikt in de kast gelegen. Tot ik twee jaar terug begon met schrijven. In zo’n boekje schrijf je ook niet zomaar. Dat wordt ‘echt’ schrijven. Met een vulpen.

Twee jaar later lees ik in de ochtendzon mijn schrijfsels weer terug. Wat fijn dat ik de tijd heb genomen om dingen op papier te zetten. Met aandacht. Dankbaar ben ik voor de woorden die ik nu terug kan lezen. 

En daar staat het: “The Emotional Scale”.

Wat als je emotie ziet als een schaal, waarbij je kijkt naar het vermogen van iemand. Het bereik. Misschien heb je alleen een bereik tussen -2 en +2. Anderen hebben een bereik van -5 tot +5. Net als het stembereik. Sommige mensen hebben een groot bereik, bij anderen is het klein. Je kunt je vermogen (bereik) omarmen, of ertegen vechten. Het laatste is zinloos. Je bent wie je bent. Ik denk dat je jouw eigen bereik op kunt rekken. Dat kost moeite, want het haalt je uit je comfortzone. Als het eenmaal is opgerekt, kun je niet meer terug. Je bereik ontkennen, betekent voor een deel ‘verlamd’ zijn. Dat is ook wat bepaalde medicijnen doen. Dus is een groot bereik een last? Is het een beperking; is het een ziekte? Of is het een gave?

Zo staat het er, van begin tot eind. Begin 2018 opgetekend in mijn mooie boekje. Ik heb het er nadien vaak over gehad. Deze scale. Dat inzicht, was een eureka moment. Zo kun je dus ook naar de dingen kijken.  In plaats van alles te doen om ‘happy’ te zijn, inzicht krijgen in jouw eigen spectrum, en daar ok mee zijn.

Op onderstaande tekening zie je drie denkbeeldige mensen. Marieke, Jasper en Piet. De emoties van Marieke gaan grofweg tussen -1 en +1, van Jasper tussen -3 en +3. En Piet heeft het grootste bereik, van -5 tot +5.

The Emotional Scale

Zo is iedereen anders. Mensen met depressieve klachten hebben vaak een groter spectrum. Ze kunnen heel diep gaan, maar ook heel hoog. Dus een groot bereik. Daar is niks mis mee, als je maar weet dat er na een dip ook weer een piek gaat komen. Veel creatieve mensen hebben ook een groot spectrum. Vaak komt uit die dip namelijk veel moois. Een piek is geluk, maar zo zie je, je kunt nooit alleen op een piek zitten, tenzij je bereik zo vlak is dat er geen pieken, en dus ook een dalen zijn. Dat kune je geen geluk noemen. 

Wat medicijnen zoals Prozac doen, is het spectrum afvlakken. Dus voor iemand die een groot bereik heeft – zoals Piet – zal hij met het slikken van de medicijnen minder intense emoties hebben. Zijn bereik wordt een stuk kleiner. Precies dat is ook wat mensen, die antidepressiva slikken, zeggen. Dat het voelt alsof je ‘dof’ bent.

Dus in plaats van de dalen, en daarmee de pieken, te temperen, kun je ook mensen helpen met inzicht in hun spectrum. Te omarmen wat hen gegeven is, en te leren dat emoties golfbewegingen zijn, net als de zee. En het vertrouwen te geven dat er steeds nieuwe golven komen. Het hebben van een groot spectrum is wat heftiger. Maar eigenlijk meer een gave, dan een beperking. 

En zo weer terug naar happiness. Geluk is niks zonder ongeluk. Terwijl ongeluk misschien ook een verkeerd woord is voor de rijkdom van diepere dalen.

Note: Dit artikel is ook gedeeld op Linkedin. Daar kun je ook reageren op het verhaal. 

 

Keep me posted!

The Intelligence Revolution en het einde van ‘Cogito ergo sum’​

The Intelligence Revolution en het einde van ‘Cogito ergo sum’​

Vandaag deel 3 in mijn speurtocht naar een nieuw verhaal. wat recht doet aan de uniekheid van de mens ten opzichte van de steeds slimmer wordende computer. Een verhaal wat past als we het moment van singularity bereiken. 

Singularity, wat is dat eigenlijk? Singularity is een moment in de tijd, waarop ontwikkelingen zorgen voor een enorme shift, die blijvende impact heeft op het leven van alledag. Je gaat dan bij wijze van spreken over naar een nieuw tijdperk. Het is een moment wanneer de generatie van voor de shift zich niet kan voorstellen hoe het erna aan toe gaat. En de generatie van na de shift zich niet kan voorstellen hoe het leven daarvoor was. Singularity is dus niet iets nieuws. We hebben die momenten al eerder gekend. Bijvoorbeeld de komst van electriciteit en van internet. Het verschil is wel, dat deze shifts steeds dichter op elkaar komen te liggen, doordat ontwikkelingen exponentieel sneller gaan. Dus binnen één generatie gaan we al van de shift van internet, straks over naar de volgende: het moment dat de intelligentie van computers de intelligentie van de mens overstijgt: The Intelligence Revolution.

Artificial Intelligence is ‘hot’. Finland neemt het voortouw in creëren van bewustwording, door het aanbieden van een open online course: Elements of AI. Gisteren maakte Duitsland bekent 3 miljard vrij te maken voor de ontwikkeling van AI. Om niet te ver achter te lopen bij landen zoals China en de VS. Het is een soort ratrace. We moeten er iets mee. En dus popt er overal vanalles op. Het idee van Finland vind ik overigens heel sterk. De online course – inhoudelijk goed, maar qua vorm behoorlijk saai – is een mooi begin om iedereen eenzelfde startpunt te geven. Een gezamenlijke definitie over wat het is en wat het niet is. Om vandaaruit bewust te worden van de impact ervan. Het helpt om niet heel onbeholpen te worden geconfronteerd met een nieuwe realiteit. 

Superintelligence; waar blijft de mens? Ok, deze nieuwe tijd draait om superintelligentie. Zijn we als mens dan afgeserveerd? Gelukkig niet. Want als je dieper kijkt naar intelligentie zijn er vlakken waar de computer straks sterker in is, maar zijn er gelukkig heel wat domeinen, waar we al als mens onverslaanbaar blijven.

Ik hoorde voor het eerst over het concept Meervoudige Intelligentie toen ik een opdracht deed in de kinderopvang. Het is een model wat in 1983 werd geïntroduceerd door de Amerikaanse psycholoog Howard Gardner. Overigens is er geen wetenschappelijk fundament. Voor Gardner was het model geen doel, maar een middel om te kijken naar de verschillende kwaliteiten van het kind, om zo ontwikkeling op breed vlak te stimuleren. Vanuit die optiek helpt het ook in onze context. Want je ziet dat we als mens verschillende kwaliteiten hebben, en in vergelijking met de computer, valt meteen op, waar we onderscheidend kunnen blijven. 

Dit zijn de 8 verschillende intelligenties:

  • Verbaal-linguïstisch: gevoelig voor taal, goed in spreken/luisteren/lezen, functioneel taalgebruik, goed in grammatica.
  • Muzikaal-ritmisch: gevoelig voor geluid, toonhoogte en ritmevast, koppeling van emotie en geluid, goed geheugen voor muziek.
  • Intrapersoonlijk: zelfkennis, nadenken over eigen handelen, aanpassingsvermogen, persoonlijk ontwikkelen.
  • Interpersoonlijk: begrijpen van anderen, gevoelig voor stemming van anderen, in staat anderen te motiveren, sterk vermogen tot empathie.
  • Lichamelijk-kinesthetisch: sterk besef van eigen lichaam, sterke motorische beheersing, behoefte aan beweging, leren door te doen.
  • Visueel-ruimtelijk: goed geheugen voor beelden, leren door te kijken, sterk ontwikkeld topografisch gevoel, goed in staat emoties en ervaringen te visualiseren.
  • Logisch-Mathematisch: logisch nadenken, abstractie, onderzoekend, motivatie om de fysieke wereld te verklaren.
  • Naturalistisch-ecologisch: belangstelling voor de natuur, observatie en herkenning, verzamelen en ordenen, omgang met planten en dieren

Van alle 8 is er precies één die overlapt met het domein van de computer. In sommige domeinen zal AI zeker een rol spelen, maar er zijn ook veel verschillende die echt uniek zijn voor de mens. Met name interpersoonlijk & intrapersoonlijk.

Artificial Intelligence versus Multiple Intelligence

Een andere manier van kijken naar intelligentie. The Intelligence Revolution is dus niet het moment waarop we niet meer meespelen in het intelligentie domein, maar het moment waarop het nodig is om onderscheidend te zijn op de intelligentie vlakken waar de computer geen – of alleen een ondersteunende – rol speelt. Door op deze manier naar dingen te kijken, komen we ook weer terug bij de indeling van kennisniveaus die ik in het eerste artikel deelde: Verbeelding, Rede en Intuïtie. Waar AI een dominante rol speelt in de Rede, zijn we als mens nog steeds aan zet bij Verbeelding en Intuïtie.

En zo zal ook ‘Cogito ergo sum’ (‘Ik denk dus ik besta’) van René Descartes, niet meer geschikt als duiding van de mens in dit nieuwe tijdperk. In het nieuwe verhaal moeten we tot een andere conclusie komen.


My personal story: Pretty good at being a robot

My personal story: Pretty good at being a robot

Ik ben 50. Heb geleerd om hard te werken, goed mijn best te doen, onafhankelijk te zijn en ambitie te hebben. Ben opgegroeid in een goed milieu, waarin alles werd gedaan om mij een goede start in het leven te geven. En dat betekende een veilig thuis, een goede opleiding, raad en daad bij keuzes omtrent werk en toekomst. 

In mijn werk wil ik impact maken. Mensen in beweging krijgen. De kansen te zien, want die zijn er volop. En om mijn impact te vergroten werk ik harder, gooi er meer energie in, meer uren, nog meer volharding. En ……. niks. Of in ieder geval, niet wat ik ervan verwacht.

Ik heb geleerd hoe fijn het is om te leren. Ben daar best goed in. Ik hou er van, want leren is gaaf. Jezelf ontwikkelen en dingen mogelijk maken die je eerst niet voor mogelijk hield. Ik leer het liefst autodidact. Niet in een klasje, geen traditionele trainingen. Ik lees, google, kijk filmpjes, praat met mensen, stel vragen, experimenteer en dat allemaal door elkaar en keer op keer. Zo kom je vanzelf een heel end verder. Ik ben heel goed geworden in mijn brein gebruiken. Volpompen met allerlei dingen die handig zijn om te weten. En het vervolgens toepassen op de uitdagingen die zich voordoen.

Ik hou ook van boeken. Meer voor het hebben dan voor het lezen. Ik denk dat het omgeven met boeken misschien iets van zekerheid geeft. Je omringen met kennis, just in case…. Maar ook die boeken, meer en meer, elke week weer, helpen niet om die impact te vergroten.

En zo ben ik serieus op zoek naar een manier om impact te maken. De sleutel heb ik al even geleden gevonden. Meer impact, betekent meer emotie. Maar man, dat is een moeilijke kant. Keer op keer hoor ik weer dat ik meer van mezelf moet laten zien. De emotie er in moet brengen, en niet zoveel de controle moet houden. Maar waar zit die emotie? Hoe geef ik die de ruimte? Hoe voel ik het?

Ik ging mediteren. Rust in mijn hoofd dacht ik, dus ruimte voor gevoel. Ik ging naar de haptonoom. En ja, ik voel de handen op mijn lijf, maar wat ik voel in mijn lijf, is a very different story. Ik heb geen idee. Ik weet niet wat ik voel en kan er ook geen woorden aan geven. Blind of doof, maar dan anders.

Ondertussen herken ik bij mezelf de schijnbewegingen. In het Engels praten of schrijven bij voorbeeld. Een mooie taal, met woorden die raak zijn. Maar wel afstandelijker. Zo lijkt het makkelijker om iets te zeggen, maar is het toch tegelijkertijd minder van mij. De taal geeft me afstand, een soort veiligheid.

Op de weg naar het realiseren van ambitie – die is niet te stoppen, dus linksom of rechtsom is de weg – hoor ik van anderen hoe we geleerd hebben om in ons hoofd te zitten. Mijn hoofd heb ik lekker opgepompt. Ja, ik ben een verdomd goede robot geworden. Ik doe mijn ding, weet hoe het moet en ben zelfs een slimme robot, want ik weet mezelf keer op keer een beetje te verbeteren. Maar meer zijn dan een robot. Hoe kom ik daar? 

De conclusie? Ik ben bewust onbekwaam. Een mens die niet zo goed is in het menszijn. Terwijl ik zoek naar de betekenis van de mens, zijn de antwoorden steeds duidelijker. En terwijl ik ouder word, ben ik verder weg dan ik had gehoopt. Ondanks alle inzet. Een mens is een mens door de unieke verbinding van buik, hoofd en hart. Van verbeelding, rede en intuïtie. Om zo vanuit mijn gevoel te verbinden met mijn omgeving. Niet van hoofd tot hoofd, zoals een computer, maar van mens tot mens.

En dat is het verhaal van nu. Hoe we als mens verdomd goede robots zijn geworden, maar niet goed genoeg om de race tegen te robot te winnen. In het oppompen van onze rationele kant, hebben we ons onderscheidend vermogen verloren. Behalve die enkeling, die zich verbaast over de hardheid in de wereld. Terwijl iedereen kan aanvoelen, dat dat ons niks brengt. Zelfs rationeel weet ik dat het waar is.

Dit verhaal maakt onderdeel uit van mijn speurtocht naar het nieuwe verhaal. Een verhaal van nu, met vertrouwen in morgen. Een verhaal wat verbindt en verbeeldt.

In search of a new story

In search of a new story

At the beginning of this year I published The Explorers, a series of interviews with people that are ahead of most of us, experimenting to find a way in life and work of tomorrow. In this search also the need for a New Story became apparent. It stuck with me. And slowly evolved into a clear ambition of making this New Story. A story that is comprehensible and appealing for kids, cause then – also – it will be simple enough for grown-ups.
While I am taking the first steps in this search I invite you to come along on my journey, where I will discuss with people, do research, read and try to put all the pieces of the puzzle together. Also I would love to hear your ideas. Because one thisng is clear. It’s not my story. It’s our story. The story of our time.

Why do we need a story? We are searching to find meaning. And in this search a story gives us something to hold on to. Trust and connection. The great thing about a story is that it’s nobodies. Cause it’s everybodies. A story is a story when people start telling the story, and spread the word.

What’s the old story and what’s wrong with it? In the past centuries we have known many stories. Each fitting that specific moment in time. An important category of stories is related to religion. With god – in whatever form – in the lead. But the influence of religion is declining. So a new category has come. Instead of god, we now have money in the lead. Liberalism, socialism, communism. It’s all about how we divide the money. Money is power and the leading story tells us who has the power. It tells us who’s on the good side, and who’s on the bad…

Money really has us under it’s spell. We feel it’s not good and want to do things differently. That’s why we try and find value somewhere else. And thankfully the insights are increasing that not everything can be measured moneywise. For instance the shift from business case to value case. More and more we see that value exceeds money. And so a story that’s all about money has lost it’s credibility. It’s no longer feeding our need for imagination and brings confusion rather than connection.

And so this search for a new story has started. What better way to start than going back to Nico Baken, professor at the Technical University of Eindhoven. In the Explorers series he mentioned the need for a new story for the first time. I met him last Monday, in the Black Box at the Hight Tech Campus. He told me about all the signals he noticed in the world around us. And he shared his thoughts about this brand-new story. I’ll tell you more about this later.

First a little wandering in my own thoughts…
Humans have created the computer. From smart calculations to masterbrain. There is no end thinkable of what the computer can do. So at some point computerpower will be smarter than humans (this is what is known as singularity). This brings us to the question: What is the value of humans? Or rather .. what is the meaning of life? 

Our ideal: the human as computer
Throughout history humans have described themselves by comparing them to the – at that moment in time – leading technology. And so now, we like to see ourselves as a computer (for instance the book ‘We are our own brains’) and with this ideal in mind, we have focused on developing knowledge and the rational capabilities of humans. Comparing humans to computers on the long run makes no sense. Because it doesn’t match our uniqueness. For humans are more than a rational entity.

Researcher and philosopher Alix Rübsaam, from the University of Amsterdam, talks about this in this video interview.

Evolution of Maslow theory

New motives
At school I learnt all about the pyramid of Maslow, the model which shows the hierarchy of motives. But this theory is no longer valid. The highest goal of humans can never be ‘just me’, because what makes us unique, is our ability to have meaningful connections with our surroundings. (Connectedness, you could call it).

So after self actualisation – the highest phase of Maslow- an extra phase should be added that is all about connecting. With our surroundings, whether it be human or nature.

We have challenges on different levels. Because computers are becoming smarter, they will take over work from humans. This is nothing new. In the Industrial Revolution machines took over our work. Now similar things will happen. “Work” will shift to other area’s that can’t suffice with just the increasing intelligence of computers (Artificial Intelligence). Like creative of craftwork, imagination and social interaction.

However – because for so long our ideal has been the computer -we have developed ourselves in a direction that is proving to become a dead end street: The rational side of humanity. While we have neglected the emotional, connecting and imaginative quality of humans. So now we are off balance, time is urging us to (re)develop the area of imagination/intuition and the cability of connecting with others. Cause slowly this quality has slipped away. Just take a look at younger generations. They are digital savvy, but increasingly socially unequipped.

Now back to Nico and the new story. The essence is that we need not be afraid. These are times of abundance, if only we learn to see things in a different way. Make smart combinations. Point of attention is that the dominant idea is that we are living is a time of scarcity, with money as the big decisionmaker. The system – that evolves around possession (rather than use) – is preventing us from sharing the abundance. While sharing is very natural thing to do, cause in the end, we are just social creatures….

Another issue is that we let ourselves be guides by truths, that are nothing but the truth. A socalled ‘fact cabinet’ could be helpful to refer to real facts, instead of ‘facts’ that are useful only for the messenger.

Opportunities, aAundance and miracles. Artificial Intelligence (AI) will enable many things, but we need to be in the game. Step up and take responsibility, as humans. Watch this video: the Ted talk of Sam Harris “We need a Manhattan project”, to understand the necessity of taking responsibility.

Nico pleads for a shift from ‘surviving’ to good living. He is optimistic and tells me that the traffic lights are green. But we need to stimulate the right qualities of us as humans. Heart, Hand and Mind. Imagination, reason and intuition. This threesome of knowledge sources will lead to and endless upgoing spiral. In short a time of opportunities, instead of limitations. A time of chances instead of threats. If only we learn to see.

And so the mission begins. After I heard the story of Jason Silva at The Next Web conference in Amsterdam, his plea to become a new billionaire (not in money, but in positive impact on the lives of people), I have found my mission. To facilitate and share the new story. A story of today, confidently heading towards tomorrow. A story that connects and inspires.